Niet kleiner. Niet groter. Gewoon op ware grootte.

niet kleiner. niet groter. gewoon op ware grootte.
niet kleiner. niet groter. gewoon op ware grootte.

Niet kleiner. Niet groter. Gewoon op ware grootte.

Over hoogmoed, nederigheid en de kunst om met beide voeten op de grond te blijven.

“Hoogmoed komt vóór de ondergang,
hooghartigheid vóór de val.”
— Spreuken 16:18

We kennen hem bijna allemaal: hoogmoed komt voor de val.

Zo vertrouwd is het gezegde geworden dat we nauwelijks nog stilstaan bij het beeld dat erin verborgen zit. Iemand staat hoog. Misschien té hoog. En valt.

Maar wat is hoogmoed eigenlijk?

We denken gemakkelijk aan iemand die zichzelf geweldig vindt. Iemand die opschept, anderen kleineert of voortdurend wil laten zien hoe belangrijk hij is. Dat kan hoogmoed zijn.

Maar de oude wijsheid uit Spreuken lijkt iets diepers aan te raken: onze verhouding tot de werkelijkheid.

Nederigheid is jezelf niet klein maken

Daar ontstaat een merkwaardige verwarring. Tegenover hoogmoed plaatsen we nederigheid, maar nederigheid wordt soms begrepen als jezelf kleiner maken dan je bent.

“Ach, ik kan dat niet zo goed.”
“Mijn bijdrage stelt niet veel voor.”
“Anderen zijn veel beter dan ik.”

Maar dat hoeft helemaal geen nederigheid te zijn. Wie zichzelf kleiner voordoet dan hij werkelijk is, kijkt immers óók niet helemaal waarheidsgetrouw naar zichzelf.

Misschien kunnen we nederigheid daarom anders omschrijven:

jezelf op ware grootte durven zien.

Niet groter. Niet kleiner.

Met je talenten én je tekortkomingen. Met wat je weet én wat je niet weet. Met wat je kunt dragen én met wat te zwaar voor je is.

Dat is geen vernedering. Het is gegrond zijn.

Met beide voeten op de grond

Onze taal kent daarvoor een prachtig beeld: met beide voeten op de grond staan.

Een gegrond mens hoeft niet voortdurend te bewijzen hoe groot hij is. Hij kan zeggen:

“Ik weet het niet.”
“Ik heb me vergist.”
“Daar heb ik hulp bij nodig.”

Maar evengoed:

“Dit kan ik goed.”
“Hier heb ik ervaring mee.”
“Deze verantwoordelijkheid kan ik dragen.”

Nederigheid ontkent bekwaamheid dus niet. Ze probeert haar juist correct in te schatten.

Misschien begint hoogmoed precies daar waar die verhouding zoekraakt: wanneer ik mezelf meer kennis toeschrijf dan ik bezit, meer controle dan ik werkelijk heb, meer kracht dan mijn lichaam aankan of meer zekerheid dan de feiten toelaten.

Of wanneer ik denk dat regels, beperkingen en waarschuwingen vooral voor anderen gelden.

Dan wordt hoog plotseling gevaarlijk.

Hoger mikken dan je boog reikt

Ook daarvoor heeft onze taal een treffend beeld: iets kan boven onze krachten liggen.

Een boog is juist krachtig doordat hij grenzen heeft. Trek je de pees niet ver genoeg, dan komt de pijl nergens. Maar trek je haar verder dan de boog verdragen kan, dan maak je het instrument waarmee je wilde schieten kapot.

Daar zit een merkwaardige levensles in.

Onze grenzen beperken niet alleen onze mogelijkheden. Soms beschermen ze die mogelijkheden.

Een mens die zijn grenzen kent, hoeft daarom niet minder ambitieus te zijn. Hij weet alleen dat ambitie zonder werkelijkheidszin gemakkelijk in overmoed verandert.

Icarus vliegt nog altijd

Eeuwenlang hebben mensen hetzelfde gevaar in verhalen proberen te vangen. De Grieken vertelden over Icarus.

Met vleugels van veren en was kon hij vliegen. Zijn vader waarschuwde hem niet te laag te vliegen, maar ook niet te hoog. Icarus steeg toch verder, dichter naar de zon. De was smolt. En hij viel.

Het is geen bijbels verhaal, maar het beeld raakt aan iets wat Spreuken eveneens herkent: het probleem is niet dat een mens vleugels heeft.

Het probleem ontstaat wanneer hij vergeet dat zijn vleugels grenzen hebben.

En dan gaat het ineens over mij

Het is gemakkelijk om bij hoogmoed aan iemand anders te denken. Aan de baas die geen tegenspraak verdraagt. Aan de deskundige die overal verstand van denkt te hebben. Aan iemand die na een paar successen begint te geloven dat hij niet meer kan verliezen.

Veel ongemakkelijker wordt het wanneer ik Spreuken niet als waarschuwing voor hen lees, maar als spiegel voor mezelf.

Want mijn hoogmoed ziet er waarschijnlijk helemaal niet spectaculair uit.

Misschien begint ze wanneer ik eigenlijk al besloten heb en alleen nog advies vraag om bevestigd te worden.

Wanneer iemand mij corrigeert en mijn eerste gedachte niet is: zou daar iets in zitten?, maar: je begrijpt me verkeerd.

Wanneer ik te veel hooi op mijn vork neem omdat ik niet wil toegeven dat iets mij boven het hoofd groeit.

Wanneer ik geen hulp vraag, niet omdat die hulp er niet is, maar omdat ik liever zelf degene ben die het kan.

Of wanneer ik na een paar keer gelijk te hebben langzaam ga denken dat mijn oordeel wel betrouwbaar zal zijn.

Dan komt Spreuken 16:18 ineens dichtbij.

Misschien begint de val namelijk niet wanneer alles misgaat. Misschien begint hij veel eerder: op het moment dat ik niet meer wil luisteren.

Dat maakt nederigheid ook concreter. Ze zit niet alleen in hoe ik over mezelf denk, maar in de vraag of de werkelijkheid mij nog mag corrigeren.

Kan iemand mij nog iets zeggen?
Kan ik van gedachten veranderen zonder dat als gezichtsverlies te ervaren?
Kan ik erkennen dat mijn lichaam, mijn kennis, mijn tijd en mijn draagkracht grenzen hebben?
Kan ik zeggen: hier zat ik naast?

Misschien is dát wat het betekent om met beide voeten op de grond te blijven.

Een vreemde paradox

Misschien is nederigheid daarom geen gebogen hoofd, maar een rechte rug met beide voeten op de grond.

Weten wat je waard bent zonder jezelf belangrijker te maken dan een ander. Je talent gebruiken zonder te denken dat je onfeilbaar bent. Hoog durven mikken, maar weten hoe ver je boog reikt.

En misschien zelfs ontdekken dat je verder kunt komen wanneer iemand anders je helpt.

De wijze uit Spreuken lijkt ons dan niet te vertellen dat we laag moeten blijven. Hij waarschuwt ons vooral voor iets anders:

verwar hoogte niet met grootheid.

Want wie stevig gegrond staat, kan soms verrassend ver reiken.

Om even bij stil te staan

Waar maak ik mezelf soms groter dan ik werkelijk ben?
Waar wordt correctie voor mij moeilijk?
En waar maak ik mezelf juist kleiner dan nodig is en noem ik dat nederigheid?

Misschien ligt wijsheid ergens tussen die twee.

Niet kleiner. Niet groter.

Op ware grootte.

Spreuken en gezegden GPT

Deze GPT legt de betekenis uit van spreuken en gezegden, geeft een paar voorbeelden en illustreert deze met een duidende tekening

spreuken en gezegden gpt
Spreuken en gezegden GPT

Spreuken en gezegden

Bedankt voor je bezoek! Tot gauw!

Investeer in jezelf

Neem tijd om te leren

Leer affiliate marketing, engels en bouw je eigen website!

Probeer het gratis uit, zolang je wenst!

You cannot copy content of this page