
Alice in Wonderland
Alice’s Adventures in Wonderland werd geschreven door Lewis Carroll, het pseudoniem van Charles Lutwidge Dodgson (1832–1898), een Engelse wiskundige, logicus, fotograaf en docent aan Oxford. Het boek verscheen in 1865, maar het verhaal ontstond een paar jaar eerder — en juist die ontstaansgeschiedenis zegt veel over het vreemde karakter ervan.
Wanneer en waarom?
Op 4 juli 1862 maakte Dodgson een roeitochtje over de Theems bij Oxford met zijn vriend Robinson Duckworth en de drie dochters van Henry Liddell, de deken van Christ Church: Lorina, Alice en Edith.
Tijdens de tocht verzon Dodgson ter plekke een verhaal om de meisjes bezig te houden. Alice Liddell, toen tien jaar oud, was zo enthousiast dat ze hem vroeg het op te schrijven. Dodgson maakte vervolgens een handgeschreven en geïllustreerd boekje, Alice’s Adventures Under Ground, dat hij in 1864 aan haar cadeau gaf.
Daarna werkte hij het verhaal sterk uit. Hij voegde onder meer de Cheshire Cat en de scène met het krankzinnige theekransje toe. Met illustraties van John Tenniel verscheen het uiteindelijk in 1865 als Alice’s Adventures in Wonderland.
In 1871 volgde Through the Looking-Glass, and What Alice Found There, met onder andere Tweedledum en Tweedledee, Humpty Dumpty en het gedicht Jabberwocky. Veel dingen die tegenwoordig simpelweg tot “Alice in Wonderland” worden gerekend, komen eigenlijk uit dit tweede boek.
Maar wat is het onderliggende verhaal?
Het interessante is dat Alice zich juist verzet tegen één verborgen betekenis. Je hoeft er geen moraal uit te halen. Carroll speelt eerder met de vraag wat er gebeurt wanneer de gewone regels waarmee we de werkelijkheid begrijpen plotseling niet meer betrouwbaar zijn.
Alice begint als een redelijk conventioneel Victoriaans meisje. Ze heeft geleerd dat de wereld bestaat uit regels, lessen, goede manieren, autoriteiten, definities en feiten. Vervolgens valt ze letterlijk uit die geordende wereld.
In Wonderland blijken er óók regels te bestaan — alleen veranderen ze voortdurend.
Alice wordt groter en kleiner. Woorden betekenen niet meer noodzakelijk wat zij denkt dat ze betekenen. Een gesprek volgen volgens de normale logica helpt nauwelijks. Tijd kan beledigd raken. Een kat kan verdwijnen terwijl zijn glimlach achterblijft. Tijdens het croquet gebruikt men flamingo’s als hamers en egels als ballen. Bij het proces tegen de Hartenboer komt eerst het vonnis en daarna pas het oordeel.
Dat is niet zomaar willekeurige gekte. Carroll was zelf logicus, en een groot deel van de humor ontstaat doordat hij logische redeneringen zó consequent toepast dat ze absurd worden.
Neem bijvoorbeeld de beroemde ontmoeting met de Cheshire Cat. Alice vraagt welke kant ze op moet.
De kat wil eerst weten waar ze heen wil.
Dat weet Alice niet.
Dan maakt het volgens de kat ook niet uit welke kant ze neemt.
Dat klinkt krankzinnig, maar logisch gezien heeft de kat volkomen gelijk.
Taal is misschien nog belangrijker dan dromen
Bijna iedereen herinnert zich Wonderland als een fantastische droomwereld, maar het boek is opvallend sterk bezig met taal.
Personages nemen uitdrukkingen letterlijk, verwisselen betekenissen, maken woordgrappen en weigeren stilzwijgende aannames te accepteren. Daardoor worden gewone woorden plotseling merkwaardig.
In Through the Looking-Glass wordt dit nog explicieter. Humpty Dumpty zegt tegen Alice:
“When I use a word, it means just what I choose it to mean — neither more nor less.”
Alice antwoordt in feite: je kunt toch niet zomaar bepalen dat woorden betekenen wat jij wilt?
Waarop Humpty Dumpty antwoordt dat de werkelijke vraag is wie de baas is.
Daar raakt Carroll aan iets buitengewoon interessants zonder er een nette les van te maken: taal, logica en macht blijken met elkaar verbonden. Wie bepaalt wat iets betekent? Wie bepaalt welke regels gelden? En waarom gehoorzamen we eraan?
En Alice zelf?
Er loopt ondertussen een tweede beweging door het verhaal: Alice weet steeds minder zeker wie Alice is.
Nadat ze verschillende keren van grootte is veranderd, vraagt de rups haar eenvoudig:
“Who are YOU?” (Wie ben JIJ?)
Alice kan daar verrassend moeilijk antwoord op geven.
Dat probleem keert voortdurend terug. Haar lichaam verandert, haar geheugen lijkt niet betrouwbaar, gedichten die ze uit haar hoofd heeft geleerd komen verkeerd uit haar mond en andere personages vertellen haar voortdurend wat ze is of zou moeten zijn.
Daarom kun je het boek lezen als een verhaal over instabiele identiteit — vooral de vreemde ervaring van een kind dat terechtkomt in een wereld van volwassenen met regels die tegelijkertijd absoluut en volkomen arbitrair lijken.
Maar ook dat hoeft geen verborgen “boodschap” te zijn. Carroll maakt er vooral een intellectueel spel van.
Waarom voelt het 160 jaar later nog steeds modern?
Omdat Wonderland geen klassieke fantasiewereld is zoals Midden-aarde of Narnia. Er bestaat nauwelijks een consistente mythologie achter. Wonderland is eerder een machine die vanzelfsprekendheden ontregelt.
Carroll neemt iets gewoons — tijd, een gesprek, etiquette, een schoolversje, een rechtszaak, een woord — en verandert één regel. Vervolgens kijkt hij hoe ver de absurditeit zich logisch laat doorvoeren.
Dat maakt Alice tegelijk kinderboek, droomverhaal, taalspel, logische grap en literaire nonsens. Het boek hoeft uiteindelijk nergens netjes “voor te staan”.
En misschien is dat precies waarom een zoektocht naar de moraal van Alice in Wonderland enigszins tegen de geest van het boek ingaat. Carroll geeft je geen sleutel waarmee Wonderland uiteindelijk normaal wordt.
Hij laat de sleutel juist verdwijnen.
Boekenwurm GPT
Diepgaande literaire analyses en persoonlijke leesadviezen

Boekenwurm is een geavanceerde GPT gespecialiseerd in literatuur. Het biedt diepgaande literaire analyses, achtergrondinformatie over werken en auteurs, en gepersonaliseerde leesadviezen.
Bedankt voor je bezoek! Tot gauw!
Investeer in jezelf
Neem tijd om te leren
Leer affiliate marketing, engels en bouw je eigen website!
Probeer het gratis uit, zolang je wenst!
